Madam van Kwajendam,Paul Bartels, 1995

Op de hoek van de Witte Dam en de Rozenstraat staat een stalen frame, in de vorm van een huisje. Daarin hangt een metalen paneel met aan beide zijden een voorstelling van een moeder met kind, in lijnen uitgevoerd. Paul Bartels noemde het ‘Madam van Kwajendam’. Beeld en titel verwijzen naar de vroeger op veel plaatsen te vinden Mariabeeldjes, uitingen van devotie. Maria de moeder van het kind Jezus is door het katholieke volksdeel eeuwenlang aanbeden en de meest afgebeelde heilige.

Dat Paul Bartels juist dit cultuurverschijnsel als aanleiding koos voor en eigentijds beeld is logisch.
Kwadendamme is van oudsher katholiek, kreeg in 1801 nog een nieuwe R.K. Kerk en de enige basisschool is van katholieke signatuur.

Het beeld verbindt een oude traditie met het moderne en laat tevens veranderingen in samenleving en beeldcultuur zien. De vredige voorstelling van Marian met kind, van oudsher gedetailleerd weergegeven, si vervangen door een eenvoudige tekening van een kort gekapte jonge vrouw met een schattig kindje. Een voorstelling die we via (reclame)foto’s vaak voorbij zien komen. Door de herhaling wordt zo’n foto al gauw een cliché voor liefde en geluk. Paul Bartels nam geen paneel als ondergrond, maar gebruikte een geëmailleerde staalplaat als verwijzing naar de reclameborden die vanaf eind 19e, begin 20e eeuw tot in de jaren ’50 het straatbeeld bepaalden.
Door het materiaal en de wijze van weergeven, verwijst de ‘Madam van Kwajendam’ naar de consumptiemaatschappij, waarin reclame en massamedia smaak- en beeldvormend zijn.
Dat was niet zo in de tijd dat de Mariavoorstellingen in groten getale de schilderswerkplaatsen verlieten. Maar is het beeld van Maria zoals dat eeuwenlang door kunstenaars en ambachtslieden is doorgegeven ook niet een cliché?
En was zij als rolmodel voor de vrouw niet te vergelijken met wat bijvoorbeeld Daphne Deckers voor de één en popster Madonna voor de ander betekent? Wellicht, maar er zijn verschillen. Er was maar één Maria en wie haar als voorbeeld nam, vond naast steun en troost in het hier en nu toch vooral een perspectief op een eeuwig leven in hemelse sferen. Dat zal niemand van welke levende icoon ooit verwachten.

Een ander aspect van het beeld heeft betrekking op het begrip ‘groene weduwe’. Dat begrip kwam in de jaren ’70 op als omschrijving van een vrouw die in een nieuwe (buiten)wijk woont en alleen met haar kinderen de dag doorbrengt, terwijl haar man aan het werk is en laat thuiskomt. Paul Bartels verbindt dat begrip ironisch met de nieuwe wijk in Kwadendamme. En trekt opnieuw een parallel met Maria. Is het niet zo dat zij zelden met haar Jozef werd afgebeeld?