Ellewoutsdijk

Ellewoutsdijk

Berg van Water, Wies de Bles, 1999

Achter de dijk van de Westerschelde, niet ver van zee, bij binnenwater en pomp gemaal, staat op een terpachtige verhoging een scherp gepunte driehoek met drie zijden. Het glanzende oppervlak heeft het reliëf van water in beweging.
Wellicht beter nog, van de sporen die de zee op het zand achterlaat.
Ook de granieten grondplaat die het beeld draagt heeft een licht golvende omtrek. ‘Berg van Water’ is de titel van het beeld. Water kan echter feitelijk nooit de vaste vorm aannemen die Wies de Bles aan haar beeld geeft. Water is vloeibaar, amorf.

Zelfs als het bevriest vertoont het niet het zacht golvende oppervlak dat ‘Berg van Water’ heeft.
Wies de Bles heeft dus een beeld gemaakt dat in werkelijkheid nooit zo kan bestaan. Dat heeft een reden. Op deze manier kan zij de kracht en de schoonheid van water zichtbaar maken. Water is levensvoorwaarde en bedreiging.
Zeeland leeft er voor een groot deel van, maar heeft er altijd ook tegen moeten vechten. Ellewoutsdijk was ooit een niet onbelangrijke haven en is ter bescherming tegen het water op een terp gebouwd. Desondanks was het nodig dijken aan te leggen of te verhogen. De ‘Inlaag van 1887’ waarbij het beeld is geplaatst vormt daarvan het tastbare bewijs. Net als alle inlagen is ook dit gebied ontstaan door het afgraven van klei om daarmee de naastgelegen dijk aan te leggen.

Het beeld draagt dus beide aspecten in zich: leven en bedreigd worden. Het oppervlak ziet er aangenaam uit en weerspiegelt het vloeibare, in het beeld plooibare, dat het mogelijk maakt water te gebruiken. De vorm zelf echter is sterk en massief en heeft betrekking op de massa van water, de massa die eenmaal ontketend alle kan wegspoelen. De berg is echter strak van vorm, door mensen ontworpen, zoals ook de dijken dat zijn. Uiteindelijk straalt het beeld dus ook vertrouwen uit, vertrouwen in de mogelijkheden het water te bedwingen. Daarom is het perfect op zijn plaats daar bij Ellewoutsdijk.

‘s-Gravenpolder

‘s-Gravenpolder

Hans de Win, 2018

Tegen de gevel van het dorpshuis “Ons Dorpsleven” in ‘s-Gravenpolder is de boom bevestigd die is ontworpen door kunstenaar Hans de Win. Het kunstwerk werd gemaakt met het oog op het 700 jarig bestaan van ‘s-Gravenpolder. Het is tot stand gekomen in samenwerking met veel inwoners van ‘s-Gravenpolder. zij hebben letterlijk hun steentje bijgedragen door het maken van een tegel die is opgenomen in het kunstwerk. Honderden kleine tegeltjes zijn gemaakt. tegeltjes met herinneringen of over toekomstdromen.  Alle tegels samen vormen een gestileerde boom.

 

‘s-Heer Abtskerke

‘s-Heer Abtskerke

Plaatsbepaling, Wies de Bles, 1993

Wies de Bles markeerde aan de rand van het dorp de toegangsweg met de sculptuur `Plaatsbepaling´.
Een onopvallende plek is daarmee veranderd in een locatie die uitnodigt daar bewust te zijn.Dat klinkt wellicht wat zweverig en vraagt dus om uitleg.

Het bewuste zijn op de plek wordt in eerste instantie al opgeroepen door de tafel van graniet, die overigens is opgebouwd uit één in drie stukken gezaagde plaat.
De kanten zijn ruw gehouden zodat de natuurlijke herkomst van de tafel wordt beklemtoond.  Het strak gepolijste oppervlak draagt daarmee de sporen van menselijke activiteit, van cultuur. Dat kan een besef oproepen van wie je als mens bent in relatie tot de natuur en ‘de’ cultuur. In het bovenblad is een cirkel uitgefreesd, evenals de letters die staan voor de vier windstreken. Je kunt dus precies zien waar je staat. Zo nodigt het beeld je uit bewust te zijn wie én waar je bent.

De locatie is door het beeld ook een plek waar je in je eentje of met anderen kunst zijn. Actief, want je kunt er niet comfortabel zitten en bewust, want er is niets anders dan de plek en de ruimte.
Wies de Bles vertelt immers geen verhaal dat je van de plek zelf afleidt.
Plaatsbepaling is niet alleen de tafel, maar ook de cirkel van keien waarop die staat en de vier stalen cirkelelementen. Die laatste zijn zo geplaatst dat het open karakter van de plek behouden blijft. Door verhouding en ritme lijkt het trouwens alsof ze zich om de tafel bewegen, zoals de onderdelen van een elektromotor rond een magnetisch veld.

Daarmee verwijst het beeld ook naar energie, een kenmerkend aspect van het werk van Wies de Bles. Zo wordt ‘Plaatsbepaling’ een plek om je leeg te maken en op te laden. Een eigentijdse variant op de steencirkels uit lang vervlogen tijden ….

‘s-Heerenhoek

‘s-Heerenhoek

Gedachtensprong, Martin McNamara, 2005

Aan de van ’t Westeindestraat, onder aan de Molendijk, staat de ‘Gedachtensprong’. Titel, aard en vorm van het beeld en locatie hebben alles met elkaar te maken.
Martin McNamara toont weliswaar een mensfiguur die een aanloop neemt om de ‘overkant’ te bereiken, maar verbeeldt die mens toch niet echt. De voorstelling is eenvoudig, abstract.

De figuur is een ledenpop, door kunstenaars vaak als model gebruikt. De vorm is uitgespaard in een staalplaat en bestaat dus feitelijk niet: je ziet slechts de omgeving door de uitgespaarde openingen. Net als een gedachte, die immers onstoffelijk is, blijft de figuur zelf onzichtbaar. Pas in je hoofd krijgt het beeld zijn vorm en betekenis. De zilvergrijze kleur van de roestvrijstalen plaat en de glans van de stalen buizen waartussen die is bevestigd, benadrukken het immateriële karakter van het beeld.
De boogvorm van plaat en buizen suggereert snelheid en beweging.

Wat heeft het springen met dit alles te maken? Het beeld staat aan de rand van de wijk De Blikken die vanaf de jaren ’90 is gebouwd en zich qua plattegrond en stijl onderscheidt van de oudere lintbebouwing langs de weg.
De figuur komt als het ware vanuit de nieuwe wijk aanrennen om de sloot, scheiding tussen het nieuwe en oude deel van ’s-Heerenhoek, te overbruggen. Daarmee raakt Martin McNamara aan een belangrijke voorwaarde voor leefbaarheid. Leven en samenleven kunnen immers niet zonder het verbinden van het oude en het nieuwe. Zonder sprong naar de toekomst is het verleden ten dode opgeschreven. En zonder dat de bewoners van de oude en de nieuwe wijk elkaar bereiken is het dorp geen eenheid.

Je kunt ‘Gedachtensprong’ ook algemener zien. In Zeeland zijn we gewoon om te spreken van ‘de overkant’, indachtig het water dat de voormalige eilanden scheidt. En om Zeeland te kunnen zijn, een geheel dat meer is dan de som der delen, en om vooruit te komen, dient die afstand overbrugd te worden, mentaal en fysiek. Op een ander niveau tenslotte, kun je het beeld van Martin McNamara zien als het zichtbaar maken van het overbruggen van tijd en ruimte. En verwijst het naar de spanning tussen de fysieke realiteit waarin wij gebonden zijn aan veel lagere snelheden, dan die de stroom van onze gedachten heeft.
Met een variant op het spreekwoord: ‘Het is makkelijker gedacht dan gedaan …’

Heinkenszand

Heinkenszand

Op Deltahoogte, Martin McNamara, 1991

Het beeld ‘Op Deltahoogte’ is het eerste in de reeks kunstwerken voor de kernen van de gemeente Borsele. Het gaat in op dat wat Borsele deelt met de andere Zeeuwse gemeenten.
De ligging onder de waterspiegel heeft Zeeland en het landschap gevormd. Dijken en dijkjes bepalen de structuur en de aanblik ervan. In de periode dat Martin McNamara het beeld maakte werd er bij Ellewoutsdijk, waar hij zijn atelier had, gewerkt aan de dijkverhoging die de veiligheid op Deltanorm moest brengen.

Vrachtwagens reden af en aan met zand en andere materialen.Het beeld speelt op dit alles in. Oorspronkelijk vormde het een piramidevormig dank over een aarden verhoging die je met een vliedberg zou kunnen vergelijken. Deze primitieve toevluchtsplekken zijn duidelijk heel anders dan de strakke vormen van de eigentijdse dijken .
De piramidevorm is ook een vereenvoudiging van de ‘delta’, de 4e letter uit het Griekse alfabet.

De wielen die de stalen vorm dragen kun je zien als een herinnering aan de vrachtwagens die Martin McNamara steeds voorbij zag komen. De wielen zijn naar binnen toe gericht. De dijk is af, er hoeft niet meer te worden gereden. In andere beelden uit de jaren negentig gebruikte Martin McNamara ook vaak wielen als metafoor voor beweging, met tijd en ruimte drie elementen die een belangrijke rol spelen in zijn werk.

Bij plaatsing was het beeld goed ingepast in de omgeving van het toenmalige nieuwe gemeentehuis.
Wijzigingen in de inrichting van het terrein en veranderde beplanting maakten dat het beeld steeds meer in het gedrang kwam. In 2008 krijgt het een andere plek in dezelfde omgeving. Dat vraagt om aanpassingen om het opnieuw goed tot zijn recht te laten komen.
Het zal niet meer op een vliedberg staan maar op vier schuin oplopende platen cortenstaal, dat door zijn geroest oppervlak een spannend contrast gaat vormen met de grijsgroene tint van de piramide.
Meer nog dan voorheen zal deze versie van het beeld het (voorlopig) afgerond zijn van de werkzaamheden aan de dijken in de buurt oproepen. Het karakter van een schuilplaats komt ook sterker naar voren in het ‘tweede leven’ van ‘Op Deltahoogte’. Maar als je wilt kun je er ook een aanzet tot de aanpak van de dijken in de toekomst in zien. Het beeld zal immers hoger komen te staan dan voorheen. En gelet op de klimaatverandering groeit de noodzaak tot verdere dijkverhogingen langzaam maar zeker ………

Hoedekenskerke

Hoedekenskerke

Odekijn, Sander Littel, 1996

In Hoedekenskerke staat een curieus beeld. Een sokkel van steen en brons draagt een bronzen hoofd met een hoed die dreigt weg te waaien. Het beeld prikkelt de nieuwsgierigheid. Wat stelt dit voor? Dichterbij gekomen blijken gelaatstrekken te ontbreken. In plaats daarvan staat in grote letters ‘Odekijn’ op het gezicht geschreven. Wie was dat?
Sander Littel is voor het onderwerp van het beeld in de geschiedenis van Hoedekenskerke gedoken.

Odekijnskerke, later verbasterd tot Hoedekenskerke, was de oorspronkelijke naam voor het door Odekijn gestichte plaatsje. Hoewel, hij (of zij) stichtte niet het dorp zelf, maar een kerkje dat er het centrum van vormde, naar verluidt in de 11e of 12e eeuw. Meer is over hem (of haar) niet bekend. Dat verklaart waarom het beeld niet is voorzien van duidelijke kenmerken. Daarmee brengt Sander Littel ook de andere anonieme voorgangers en opvolgers van Odekijn onder de aandacht. Tientallen generaties hebben immers onverzettelijk de strijd gevoerd met het water en overwonnen.

Het hoofd is met de sokkel verbonden door een middendeel, schouders, opgebouwd uit plateau’s met onregelmatige vormen. Je kunt er de verbeelding in zien van aangeslibd land en dijken die het moeten beschermen. De zuil die het plateau draagt verheft het beeld de hoogte in.
Sokkel en zuil geven het beeld een stevige basis, zoals een boom geworteld is in de aarde. Normaal sta je er niet of zelden bij stil wie of wat de mensen waren die in vervlogen tijden een woonplaats vaak letterlijk uit de klei trokken.
Het beeld van Odekijn brengt je daar wel toe. Met het beeld brengt Sander Littel hem en de andere pioniers de eer die hen toekomt.

De hoed is een opvallend aspect van het beeld. Speelt er meer dan de verwijzing naar Hoedekenskerke?
Het wegwaaien heeft alles te maken met de wind, die meestal vanuit het zuidwesten het land binnenwaait. Het beeld staat met het gelaat die richting op en verbindt de locatie met de Westerschelde verderop. Als de wind de hoed mee zou nemen zou die verdwijnen in ruimte en tijd.
Zoals de herinnering aan Odekijn ook bijna is vervlogen. Zolang het beeld er staat en de hoed nog niet is verdwenen, blijft de herinnering echter bestaan.